Je Bent Hoog Begaafd En Beelddenker?

Beelddenkers hebben het niet zo gemakkelijk in onze scholen. De manier waarop deze kinderen denken en leren, sluit vaak niet aan bij hoe er wordt lesgegeven.

Naast op deze pagina (zie het menu links) hebben we een aantal pagina’s gemaakt die te maken hebben met verschillen in leerstijl tussen leerlingen. We hebben een briefje van een moeder hierover, een conferentietekst die we mochten vertalen waarin zeer duidelijk wordt gemaakt hoe het een kind vergaat dat beelddenker is, dat les krijgt door iemand die linksdenkend is, en later komen er ook meer algemene teksten over leerstijlen.

Het gaat ivm leerstijlen immers niet enkel over het denken in beelden of woorden, maar ook over een eigen manier van leren en denken, die niet echt goed wordt aangesproken door de gebruikelijke lineaire en deductieve leermethodes in het onderwijs.

De visueel-ruimtelijke leerstijl is erfelijk. Minstens één van de ouders heeft het ook. Een andere mogelijkheid is dat het kind op jonge leeftijd veel oor/neusontstekingen heeft gehad. Hierdoor werd het normale auditieve proces verstoord en terug in balans gebracht door het visuele denken.

Op dit moment zijn er geen testen beschikbaar voor het opsporen van deze kinderen. Je kan het wel afleiden uit de volgende punten:

  • het laten uitvoeren van visuele versus auditieve taken. Als hun IQ gemeten wordt, zullen ze op het visuele gedeelte significant beter presteren dan op het auditieve gedeelte.
  • een andere indicatie is het behalen van lage uitslagen bij het uitvoeren van auditief- sequentiële taken zoals wiskundige berekening en het onthouden van voorgelezen cijfers uit het geheugen.

Hou er rekening mee dat bij het meten van een IQ er een complicatie kan optreden omdat een visueel-ruimtelijke denker reeds al jaren aan het onderpresteren kan zijn en er dus een veel vlakker testresultaat te voorschijn komt.

De volgende Kenmerken komen voor bij visueel-ruimtelijke denkers (VRD). Niet alle VRD zullen al deze kenmerken hebben.

  • Houdt van complexe ideeën en opdrachten en voert ze goed uit maar faalt vaak bij eenvoudige zaken.
  • Is fysiek zeer gevoelig, heeft vaak acuut gehoor en intense reacties op felle geluiden.
  • Zwakke aandacht om te luisteren, lijkt vaak niet te luisteren.
  • Heeft het moeilijk met het afmaken van opdrachten/schoolwerk.
  • Heeft een zwak handschrift of moeilijkheden om tussen de lijnen te schrijven, neemt de pen heel hard vast en drukt heel hard op de pen bij het schrijven.
  • Houdt van Lego, puzzels, computerspelletjes, televisie en het maken van dingen.
  • Houdt van kunst en/of muziek.
  • Heeft een zwak besef van tijd.
  • Is extreem gevoelig voor kritiek
  • Is emotioneel zeer gevoelig.
  • Heeft moeilijkheden met spellen en klok lezen.
  • Kan zich de weg goed herinneren, ook al is hij er maar één keer geweest.
  • Heeft een felle verbeelding en/of verontrustende dromen.
  • Is vlug afgeleid.
  • Heeft het heel moeilijk om ordelijk te zijn.

Welke zijn de grootste risicofactoren?

Er zijn vier grote factoren waar het kan mislopen. Ze hebben een hoger dan gemiddelde intelligentie, het zijn creatieve en divergente denkers, ze zijn emotioneel en fysiek gevoelig en hebben een extreem visueel-ruimtelijke leerstijl gekoppeld met een probleem op gebied van het auditief-sequentieel leerproces.

  • Deze kinderen vechten om iets te bereiken en jaar na jaar wordt deze strijd moeilijker en moeilijker totdat ze het uiteindelijk opgeven. Wanneer dit gebeurt, komen ze terecht in een spiraal van onderpresteren en falen, geloven dat ze dom zijn, hebben motivatieproblemen en haten school. Leerkrachten nemen dan vaak aan dat ze nergens om geven of lui zijn, en als reactie ontwikkelen deze leerlingen gedragsproblemen.
  • Divergent denken – creativiteit

Extreme gevoeligheid

Hoogbegaafde VRD hebben vaak overgevoelige zenuwen die hen in staat stellen buitengewone hoeveelheden sensoriële stimuli te verwerken. Deze kinderen ervaren in verschillende mate extreme gevoeligheid voor fysieke stimuli, meer bepaald geluid, licht en aanraking.

Deze kinderen hebben een zeer gevoelig gehoor en horen vaak geluiden die voor anderen achtergrondlawaai is. Zij horen van op grote afstand gefluisterde gesprekken. Repetitieve geluiden zoals van fluorescerende lampen lijken voor hen heel luid en kunnen hen gek maken. Soms hebben ze er moeite mee om achtergrondgeluiden te onderscheiden van voorgrondgeluiden. “Mijn oren lijken wel een microfoon die geluid oppikt en versterkt. Ik heb twee keuzes: mijn oren aanzetten en overspoeld worden door geluid of mijn oren toehouden. Soms doe ik alsof ik doof ben.”

Veel kinderen beschrijven een overgevoeligheid voor helderheid en schel licht. Zij proberen hun ogen te beschermen tegen fel zonlicht of overhead-licht, vooral fluorescerende lampen. Deze overgevoeligheid kan leiden tot het overslaan van woorden of lijnen bij het lezen, hun plaats verliezen, moe of afgeleid worden, rusteloos en ongedurig worden, hoofdpijn krijgen, waterige of geïrriteerde ogen krijgen en veel knipperen. Deze kinderen geven er vaak de voorkeur aan te lezen onder gedimd, indirect of natuurlijk licht en eens volwassen dragen ze, vaak zelfs in de winter, een zonnebril.

Van al deze fysieke overgevoeligheden trekt vooral aanraking de meeste aandacht. Ze willen geen labels in hun kleren. Zij zijn erg kieskeurig over wat ze willen dragen en verdragen vaak geen wol op hun huid. Zij houden van knuffelen en geknuffeld worden maar enkel op hun voorwaarden, zij haten het onverwachts aangeraakt te worden.

VRD met extreme fysieke overgevoeligheid zijn zich enorm bewust van alles en iedereen in hun omgeving en worden vaak overstelpt en uitgeput door hun inspanningen om te functioneren in de wereld. Deze gevoeligheid alleen al kan in een klasomgeving werken als leerprobleem

  • Overprikkelbaarheid wordt verondersteld aangeboren te zijn en treedt op in 5 vormen.
    • Psychomotorisch – te veel energie: snel spreken, aandrang tot actie, impulsiviteit, nerveuze gewoontes, competitiviteit
    • Zintuiglijk – zintuiglijk en esthetisch plezier: zien, ruiken, aanraken, proeven, horen, waardering voor schoonheid, schrijven etc.
    • Intellectueel – leren, problemen oplossen: nieuwsgierigheid, concentratie, analytisch denken, introspectie, moreel denken
    • Verbeelding – spontane beeldspraak: vlot in uitvinden en fantasie, poëtische en dramatische perceptie, uitgewerkte dromen, vrees voor het onbekende
    • Emotioneel – intense gevoelens: complexe emoties en gevoelens, extreme emoties, identificatie met de gevoelens van anderen, moeite met veranderingen

Vaak hebben ze een voorgeschiedenis van kinderziektes als allergie, voedselintolerantie, koliek, keelontstekingen, astma, sinusitis of oorontstekingen die oorstop veroorzaken zodat ze problemen ervaren met horen in hun eerste ontwikkelingsjaren. Omdat deze kinderen een zwakke en gestoorde geluidsinvoer hebben, gebruiken ze hun ogen om te compenseren en ontwikkelen vaak hoge visueel-ruimtelijke bekwaamheden. Hoewel hun gehoor geen blijvende hinder ondervindt van deze blokkades, is de ontwikkeling van auditieve informatieverwerking ongelijkmatig en zij starten op school met een leerprobleem

Ze hebben vaak problemen met taal. Om hun gedachten te kunnen communiceren, moeten ze eerst bepaalde beelden uit hun hoofd nemen en in een bepaalde volgorde zetten. Dan moeten ze die memoriseren. Dan moeten ze de woorden vinden om deze beelden te beschrijven. De beelden van deze woorden moeten ze dan lang genoeg vasthouden om ze luidop te zeggen. Dit probleem wordt nog versterkt als ze de woorden ook nog eens moeten neerschrijven. Letters moeten in een bepaalde volgorde geplaatst worden om woorden te spellen.  Woorden moeten in een bepaalde volgorde gezet worden om zinnen te maken. Zinnen moeten aan elkaar gekoppeld worden om paragrafen te maken en paragrafen moeten aaneen gekoppeld worden om opstellen en huistaken te maken. Het is daarom volkomen begrijpelijk dat ze de meest wonderlijke verhalen vertellen in rijk en grafisch detail en het toch niet zullen neerschrijven.

Ze gedijen op complexiteit en in simpele taken falen ze vaak, bv wiskundige concepten tegenover klok kijken. Ze focussen op het grotere geheel en weten daardoor vaak niet hoe ze een oplossing gevonden of een conclusie bereikt hebben. Ze doen het slecht op testen binnen de tijd. Daarnaast zijn ze vaak gedesorganiseerd en kunnen zich moeilijk houden aan tijdsbeperkingen. Dit is geen gedragsprobleem, maar een belangrijk probleem waarvoor zij hulp nodig hebben om geschikte strategieën en vaardigheden te ontwikkelen. Zij hebben nood aan structuur en voorspelbaarheid, duidelijke grenzen en tijdskaders en bijstand bij projectplanning. Het is belangrijk dat ze geprezen worden voor hun inspanningen, eerder dan voor hun concentreren op prestatie want het vraagt redelijk wat tijd van hen om organisatorische strategieën en vaardigheden te ontwikkelen.

Afbeeldingsresultaat voor beelddenkers

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!

Shopping cart

Subtotal
Shipping and discount codes are added at checkout.
Checkout
%d bloggers liken dit: